Keulse tuimelaar standaard

Keulse tuimelaar

 

Land van oorsprong Nederland na 1920 in de omgeving van Keulen naar de huidige vorm veredeld.

Algemeen voorkomen

Middelgroot; goed geronde en volle borst, vrij lage stand, licht afhellende houding.

Raskenmerken

Kop:                                   Glad koppig, goed gevuld, breed, licht oplopend en iets gewelfd voorhoofd, de schedel matig gerond met het hoogste punt boven de ogen, elegant                                                           naar de nek verlopend.

Ogen:                                  Parelkleurig, iris zonder bloedadertjes, pupil centraal, klein en strak. Oogranden smal, goed afgedekt en gelijkmatig. Zie voor kleur bij kleur en                                                               tekening.

Snavel:                               Vol uit de romp komend, naar de kop toe dunner wordend. Keel goed uitgesneden.

Borst:                                   Breed en goed gerond.

Rug:                                     Tamelijk breed en afhellend.

Vleugels:                             Krachtig brede veren, Niet tot het staart einde reikend, vleugeldracht normaal.

Staart:                                  Lang, staartdracht normaal.

Benen:                                 Kort, voeten onbevederd of met dichte voetbevedering, Voetbevedering zonder gapingen, de veren zijwaarts gericht en aansluitend aan de goed                                                         ontwikkelde gierhakken. Nagelkleur bij witpen, witstaart en geeksterd zonder betekenis, bij de andere kleurslagen conform de snavelkleur.

Bevedering:                      Glad aanliggend.

 

Kleurslagen

– Wit, zwart, rood, geel

– Blauw- en blauwzilver ongeband.

– Blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband.

– Blauw-,roodzilver-, blauwzilver-,en geelzilver gekrast.

– Blauw schimmel (geband), Zwart reduced (licht gezoomd).

– Zwart-, rood-, en geel rosetgetijgerd.

– Zwart-,rood-,geel-, blauw zwartgeband-,blauwzilver donkergeband-,blauw gekrast-, blauwzilver –

gekrast- en blauwschimmel- witpen.

– Zwart-,rood-,geel-, blauw zwartgeband-,blauwzilver donkergeband-,blauw gekrast-, blauwzilver

gekrast- en blauwschimmel- witstaart.

– Zwart-,rood-,geel-, blauw zwartgeband-,blauwzilver donkergeband-,blauw gekrast-, blauwzilver

gekrast- en blauwschimmel- witpenwitstaart.

– Zwart-,rood-,geel-, blauw -,blauwzilver-,blauw gekrast- geeksterd (alleen kaalbenig !).

– Zwart-,rood-,geel-, blauw-,blauwzilver- gehelmd (alleen kaalbenig!).

 

Kleur en tekening

Zie voor kleuren het hoofdstuk “specificatie van kleuren” in de NBS-standaard. De kleurenintensief, respectievelijk zuiver. Wit is zuiver wit.

De “lakkleuren met veel glans, bij zwart groenglans, bij rood en geel purperglans. Blauw  met groenglans in de hals.

Zilvers met zuiverschilden; blauwzilver met doorgekleurde slagpennen en staart, rood,-geelzilver met niet afzettende kopkleur.

Blauwschimmel met banden.

Bij gebande de banden lang, smal en gescheiden, gekraste met regelmatig kraspatroon.

Lichtgrijs donker gezoomd, grondkleur lichtgrijs, kop en bovenhals donker, vleugeldekveren en slagpennen donker gezoomd, lichte roest in de hals bevedering is toegestaan.

Eénkleurig oogranden bij rood, geel, geelzilver en wit bleek.

Bij blauw,- en roodzilvers lichtgrijs. Bij blauwe blauwgrijs en zwart bij zwart. Snavelkleur waskleurig bij rood, geel, geelzilver en wit, hooren kleurig bij blauw-, en roodzilvers-, donker bij blauw en zwart bij zwart.

Rozettijgers: witte vleugelrozetten aan beide zijden regelmatig verdeeld op d voorste helft van de vleugelschilden.

Op de schouder een driehoekige witte vlek (hart) en op de rug een witte “brug”.

Een gekleurde band moet de vleugelrozetten scheiden van de schouderdriehoek

De kleur van de oogranden en de snavel conform de eenkleurige.

Witpen aan beide zijden gelijk in aantal. Duimveren gekleurd.

De kleur van de oogranden en de snavel conform de eenkleurige.

Witstaart, witte staart met wit boven-, en onderstaartdek, rondom strak afgetekend.

De kleur van de oogranden en de snavel conform de eenkleurige.

Witpenwitstaart, zoals bij de witpen en witstaart samengevat.

De kleur van de oogranden en de snavel conform de eenkleurige.

Geeksterd met correcte ekstertekening en gekleurde kop, oogranden bleek, bij de blauw blauwgrijs, snavel waskleurig, bij blauw donker, bij blauw zilver hoornkleurig, bij zwart snavelstip toegestaan.

Gehelmd, gekleurde staart met boven- en onderstaartdek, rondom strak afgetekend, gekleurde bovenkop, strak belijnd vanaf de snavelhoek door de onderrand van de oogranden en rondom de kop. Kop- en snavelkleur met elkaar overeenstemmend., de overige bevedering wit.

Oogranden bleek, snavel waskleurig, bij zwart en blauw bij voorkeur zonder snavel stip.

 

Ernstige fouten

Smal of lang lichaam; te weinig borstbreedte en/of diepte, horizontale ruglijn; te hoge stand; hoekige kop; keel wam; hengstennek; onzuivere iris; rode oogranden; niet correct afgedekte rug; losse bevedering; onzuivere kleur; ernstige afwijkingen in tekening; bij voetbevedering te korte voetbevedering, gapingen in de voetbevedering en gierhakken.

 

Beoordeling

Algemeen voorkomend-, type en stand- kop, ogen en oogkleur- kleur – tekening

Bij de verschillende varianten moeten de voor de betreffende variant typische kenmerken in de beoordeling worden meegenomen.

 

Ringmaat kaal benig 8 mm, voet bevederd 11 mm.