Rijsselse Kropper

De Rijsselse kropper is afkomstig uit het Franse deel rond de stad Lille. Het is dan ook niet vreemd dat dit ras in Duitsland liller kröpfer genoemd wordt. Het ras is ontstaan begin 1900 in en rond Lille. In de de jaren rond 1980 is er weer een groep mensen die zich het lot van dit ras heeft aangetrokken. Met name de heer Devos uit Lys Lez Lannoy in Frankrijk heeft heel veel energie gestoken om de specialclub nieuw leven in te blazen. Hij en zijn vrouw zijn dan ook de drijvende kracht achter de specialclub van de boulant lillois.

De Rijsselse Kropper is een van de rassen die de laatste 10 jaar meer aandacht heeft gekregen. Het is een ras wat we niet op iedere tentoonstelling tegen komen maar wel een van de rassen die een vaste achter ban heeft. Sinds het moment dat de Franse fokkers meer aandacht hebben gehad voor dit ras is het steeds beter gegaan. Het oprichten van de specialclub in 1990 is een aanzet geweest voor de huidige stand van dit ras. De Duitse fokkers met name rond muchen hebben zich ingezet voor de her opbouw. Op dit moment zijn er een paar regio’s waar een aantal fokkers er alles aan doen om dit ras te promoten.

In Nederland is er al jaren weinig aandacht voor dit ras. Zoals de meeste kropper rassen heeft een specifieke groep fokkers aandacht voor dit soort duiven. Het zijn met name een aantal fokkers die zich bezig gehouden hebben het kleuren pallet uit te breiden. Zoals zoveel rassen hebben de Duitse fokkers er voor gezorgd dat er zeer intensieve kleuren op de dieren zitten.

Hoe moeten we dit ras inschatten. Het is een ras wat heel goed te houden is de dieren zijn rustig en kunnen heel goed in een ren gehouden worden. Het is ook een ras wat voor de vrije uitvlucht heel goed geschikt ze hebben de eigenschappen goede vlieger te zijn. De opfok van hun eigen jongen is over het algemeen geen probleem. Het is dan ook meestal zodat de duivin overgaat op de volgende ronde als de vorige ronde jongen nog afhankelijk zijn van de oude. Om een behoorlijk aantal jongen van een stel te kweken is dan ook geen probleem. Daar het fijne gedrag van dit ras is het niet begrijpelijk dat het zo weinig aandacht krijgt.

Zoals de meeste kropper rassen heeft een specifieke groep fokkers aandacht voor dit soort duiven. Het zijn met name een aantal fokkers die zich bezig gehouden hebben het kleuren pallet uit te breiden. De fok van tijgers heeft nog een aantal specifieke problemen. Om goede tijgers te fokken moet tijger maal een kleurige gefokt worden. Er zijn tijgers die ieder jaar lichter worden. Er zijn ook schimmel die worden in de kleur geboren, tijgers zijn een kleurig met een paar witte veren. Goede tijgers moeten eigenlijk om de veer een getekend zijn en mogen geen witte slag of staart pennen hebben. Deze dieren zullen waarschijnlijk nooit gefokt worden.

Voor type bepaling is 2/3 van het lichaam voor en 1/3 achter de benen. De benen mogen niet te kort zijn maar wel in goede verhouding tot het lichaam. Door deze duidelijke ras kenmerken is het een ras met specifieke eigenschappen die niet direct op een ander ras lijken. Het is dan ook een ras dat niet de aandacht krijgt die het verdient. Waarom dit ras Als je eenmaal met dit ras verbonden bent geweest wat door het beperkte aanbod moeilijk is zul je snel geneigd zijn om hieraan vast te blijven houden. Het is een levendig ras wat heel goed in de vrijheid gehouden kan worden. Dieren die gewend zijn om vrij te vliegen maken dan ook gretig gebruik van deze mogelijkheden. Het is een ras wat makkelijk te houden is het zijn dieren die heel sociaal voelend zijn op het hok. In de fok is het heel eenvoudig om jongen om te leggen en eieren kunnen makkelijk omgelegd worden ook met een aantal dagen verschil. Het is dan ook geen probleem om tijdens de fok grote jongen tussen de kweek duiven te laten vliegen. Er zijn dieren die de jongen van andere koppels voeren..